Pagina 1

Proloog

Vanaf ik me kan herinneren, gluur ik graag door ramen. Niet dat ik er echt opzichtig voor ga staan. Nee, gewoon terloops, wanneer ik langs huizen loop of fiets.

Als kind voelde ik een verlangen naar een ander leven. Eén waarin ik me echt thuis zou kunnen voelen. Ik wist alleen niet hoe dat leven er dan precies uit zou zien. Dus keek ik hoe dat er bij andere mensen uitzag.

Ik gluurde vooral in het schemerdonker; dan was het effect groter. Dan zag ik de perfecte familie zitten in een mooi huis met sfeerverlichting. Warm bij elkaar aan tafel, zorgeloos lachend. Mensen die echt van elkaar hielden, dat zag ik. Of nee, dat voelde ik, door het raam heen. Dan stond ik buiten te fantaseren dat ik het was, daar aan die gezellige tafel.

Op vele momenten voelde ik me fijn in de pleeggezinnen waar ik woonde. Terwijl ik me ook op die momenten toch de buitenstaander voelde. Of was.

Bij vrienden en hun familie was het vaak makkelijker om even onderdeel te zijn van zo’n perfecte familie. Alleen was het dan maar vluchtig, voor even. Dat is toch anders. Dat is ongrijpbaar. Dan word je omarmd door een goede sfeer, maar je weet: het gaat voorbij.

Ook toen ik ouder werd bleef ik zoeken naar het plaatje van de perfecte familie. Een beeld van onvoorwaardelijke liefde tussen mensen in een gezin. Iets wat er gewoon is, zonder dat je het eerst moet verdienen. Iets dat altijd blijft bestaan, ook al heb je iets verkeerd gedaan. Iets wat een kind, vooral een kind, nodig heeft omdat het anders altijd zal blijven zoeken. Omdat het zonder deze liefde geen stevige basis heeft. Geen diep ingegraven wortels als van een boom. Zo’n boom die wel blijft staan, ook al stormt het nog zo hard.

Ik ben meer geworteld als een orchidee; die heeft een mooi vlechtwerk van wortels vlak onder de grond. Die moet zich anders voeden, breder en uit meerdere bronnen. Ik ben ook blijven staan, vooral door goed mijn best te blijven doen. Analyseren, beredeneren, oplossen en weer door. Hard werken en bij tegenslagen gauw weer opveren. Net als de roos van Jericho; niet kapot te krijgen.

Gluurt er weleens iemand door mijn raam? Zie je ons dan zitten aan tafel, ik en mijn prachtige gezin? Het is me eindelijk gelukt; ik hoor nu bij mijn eigen perfecte familie.

En toch, ’s nachts in een donker vliegtuig begin ik te huilen. En ik kan niet meer stoppen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *