Pagina 4

Mijn collega’s laat ik niets merken, gewoon druk zijn met werken en niet voelen, dat kan ik. Ook wanneer er drie van hen misselijk op een toilet belanden en uitvallen, en ik overal en nergens probeer hun taken te vervullen. Ergens vaag dringt zich de vraag op: waar ben ik mee bezig?

Diep in de nacht, terwijl de helft van de bemanning probeert een beetje rust te krijgen op een stoel achter een gordijn en de lichten in de cabine zijn uitgedaan, zet ik een pot thee. Voor mij en mijn zieke collega die probeert bij te komen van de misselijkheid. Een gestolen momentje samen in de galley. Zittend op een gammele klapstoel met onze rug tegen de ijskoude deurtjes van de trolleygarages proberen we onszelf te verwarmen met de hete thee. En zoals vaak ontstaat daar hoog in de lucht, in het donker met collega’s die je nog nooit ontmoet hebt tot vandaag, een openhartig gesprek.

Ze vertelt dat ze net weer gere-integreerd is na lange afwezigheid. 
‘Wat had je dan
‘Een burn-out, ik heb zeven maanden niet gevlogen.’
‘Wat is dat precies?’
‘Nou, op een dag kon ik gewoon niet meer. Het ontstaat natuurlijk niet van de ene op de andere dag. Nee, je krijgt heel veel signalen, maar die negeer je. Totdat dat niet meer lukt. Dan ben je gewoon opgebrand.’

Opgebrand, dat gevoel herken ik. Vervolgens hang ik aan haar lippen en vraag van alles.

‘Welke signalen heb je dan genegeerd?’ 
‘Nou, allerlei lichamelijke klachten, ik sliep al lang slecht, was veel aan het piekeren. Ik had geen zin meer in sociale contacten, ik kon het niet meer opbrengen omdat ik zo moe was. Dan keek ik in mijn agenda, zag mijn werkdagen staan en wist dat ik daar alles voor moest laten, omdat ik het anders niet meer kon volhouden. Dus zegde ik alles af. Sporten deed ik omdat het moest en niet omdat ik ervan genoot. Ik was bang dat ik anders lichamelijk zou instorten.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *