Pagina 5

Alle signalen die ze noemt herken ik. Meteen zie ik mijn dochter weer voor me, en slik mijn tranen weg. Het beeld laat zich echter niet wegvagen. Ik begin te huilen en kan niet meer stoppen.

‘Ach Ing, wat is er?
 ‘Dankjewel voor ons gesprek, ik denk dat ik heb wat jij had, ik herken alles!’ zeg ik door mijn tranen heen.

‘Je moet echt aan jezelf gaan denken, dit is niet goed. Als we thuiskomen moet je echt aan de bel trekken en hulp zoeken. En zolang we hier in Afrika zijn, mag je mij altijd bellen, ik ben er voor je.’

Wat lief van haar! Maar ik kan toch niet zomaar een ander lastigvallen, en zij heeft ook haar rust nodig. Nu eerst tranen verbijten, want ik moet nog een ontbijt serveren, landen en naar het hotel. Daar kan ik mezelf zijn. Mijn pokerface afzetten. Zes dagen in Angola, even volhouden nog. Ik zet de automatische piloot aan tot we in het hotel zijn.Daar trek me terug zodra het kan. Wanneer ik in de buurt van mijn collega’s ben, doe ik net of er niets is. De belofte aan mezelf, dat wanneer ik thuiskom ik daar voorlopig blijf, houdt me op de been. Ik kan het niet meer, zo doorgaan. Ik ben compleet afgedwaald van wie ik wil zijn. Hoe kan ik nou mijn lieve kind zo overstuur achterlaten? Hoe slecht ben ik wel niet dat ik gewoon mijn dochter laat zitten op de trap?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *